Beiaardier speelt op hoog niveau.
Onder deze titel verscheen september 2000 een boekje over
het werk van Jacques Maassen, stadsbeiaardier van Breda.
Dit boekje, in de volksmond het paspoort van Jacques
Maassen genoemd, is nog steeds verkrijgbaar bij de Grote
Kerk. Hier bespreken wij een aantal elementen uit het
boekje.
Breda heeft al eeuwen lang een stadsbeiaardier in dienst.
Tijdens marktdagen verzorgt die een uur lang muziek uit
de toren. Dat is zo rond 1526 begonnen en dat gaat ook in
de 21e eeuw gewoon door. 
De huidige stadsbeiaardier, Jacques Maassen is thans (augustus 2010)
bijna 35 jaar in dienst. Dat hoort ook bij de traditie.
Stadsbeiaardiers hebben er zoveel plezier in dat zij jaren
in de toren verblijven. De langst spelende beiaardier heeft er
zelfs 49 jaar opzitten.
Jacques Maassen is de twintigste stadsbeiaardier. Zijn vader en grootvader speelden ook al op het klavier als Bredaas stadsbeiaardier.
Stokken, klepels en klokken
In de toren van de Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk op de
Grote Markt hangt sinds de 16de eeuw een verzameling klokken.
Die vormen samen met een klavier de beiaard. De stadsbeiaardier
speelt op het klavier, zoals een ander thuis op de piano.
In plaats van toetsen heeft het klavier stokken. Die zijn via
een ingenieuze dradenconstructie verbonden met klepels die in
de klokken hangen. Met het stokkenklavier brengt de beiaardier
de klepels in beweging.
Klokken gieten een kunst
In de 15de en 16de eeuw werden er al klokken gegoten om te
luiden. Die waren nog niet zo geschikt als klokkenspel. Daarvoor
is een zuivere klank van n klok niet genoeg. De klokken moeten
samen zuiver klinken in de juiste toonhoogte. De klokken van de
beiaard zijn in de oorlog grotendeels verloren gegaan. Na de
oorlog keerden de elf grootste en de zes historische klokken
terug. Om de beiaard compleet te maken, werden de ontbrekende
32 klokken in 1952 door de Nederlandse koninklijke klokkengieterij
Eijsbouts geleverd. De beiaard kreeg daarmee de huidige omvang van
49 klokken.
Automatisch speelwerk
De Bredase beiaard heeft ook een automatisch speelwerk. Om het kwartier
geeft een melodietje de tijd aan. De trommel heeft 36.000 gaten waar
de stadsbeiaardier pennen in kan steken, de noten zogezegd. Met het
draaien van de trommel brengen die pennen via een hefboomsysteem de
hamers aan de buitenzijde van de klok in beweging. Op die manier
ontstaat een melodie.
Het automatisch speelwerk van de Beiaard op de Grote Toren te Breda
speelt ieder uur vier melodien, van s ochtends 7 uur tot s avonds
kwart voor elf. Elke van de vier melodien klinkt dus per dag 11 keer,
oftewel 1900 keer per half jaar. Daarna worden nieuwe stukken op het
speelwerk gezet: de trommel wordt verstoken. Dit is een gewoonte die
in Breda reeds bijna 500 jaar bestaat.
De werkwijze van het automatisch beiaardspeelwerk
Wanneer de trommel vanuit de moederklok op de aangegeven tijden het signaal
krijgt om te gaan draaien, komen de verschillende noten op de trommel
(de speeldoos) in aanraking met zogenaamde lichters erboven; daardoor
worden draden aangetrokken, die vervolgens de hamers (aan de
buitenzijde van de klokken) oplichten en op de klokken doen vallen.
Een veer brengt ze dan weer in de ruststand. Omdat alle hamers met
eenzelfde snelheid op de klokken terechtkomen kent automatische
beiaardmuziek geen onderscheid in dynamiek: alles klinkt even sterk. Dit in tegenstelling met de muziek die elke dinsdag- en vrijdagmorgen wordt gemaakt door de beiaardier vanaf zijn beiaardklavier: die muziek heeft alle eigenschappen van levende muziek, heeft dynamische en agogische verschillen en klinkt geen tweemaal hetzelfde.
Het "Versteken"
Het bewerken en versteken van de melodien behoort tot de taak van de
stadsbeiaardier. Voor de keuze ervan maakt hij gebruik van eventueel
ingediende verzoeken. Versteken is puur handwerk. Nadat de beiaardier de muziek thuis heeft
gearrangeerd volgt het eigenlijke karwei in de toren. Dit neemt doorgaans
twee dagen in beslag. In totaal worden ongeveer 550 noten met de hand
in de gietijzeren trommel geschroefd. Tezamen produceren deze noten
ongeveer 3 minuten muziek, te verdelen in vier muziekstukjes.
Iets over de historie van het speelwerk te Breda
Hoewel reeds in 1504 gesproken wordt van klokken die dat jaar door de
Mechelse gieter Symon Waghevens in de toren zijn geinstalleerd, duurt
het tot 1513 voor we iets lezen over het bestaan van een VOORSLAG.
Onder een voorslag verstaan we een aantal klokjes die direct voor de
uurslag enkele tonen laten horen. Gaande weg ontstaat dan (in de loop
van de 16e eeuw) het trommelspeelwerk: een ronddraaiende ijzeren
cilinder waarop nokken (noten) zijn bevestigd. Wanneer het precies is
gebeurd blijft onduidelijk, maar dat er een automatisch speelwerk was
bewijzen bij voorbeeld de rekeningen van 1586/87. Daarin lezen we dat
de zangmeester van de Grote Kerk een extra honorarium krijgt omdat hij
hymnen heeft uitgezocht om op de voorslag te plaatsen.
Beter ingelicht zijn we over de trommel die in 1723 wordt aangeschaft. Aangezien de brand van 1694 alle klokken in de toren heeft verwoest wil men een nieuw carillon installeren. Dit moet, zoals het vorige klokkenspel, met de hand en automatisch bespeeld kunnen worden. Maart 1723 wordt in de Raad een voorstel gelanceerd om de trommel van Den Haag te kopen. De bedoelde trommel was reeds in 1541 in de Haagse St. Jacobstoren geplaatst, en had daar tot 1689 dienst gedaan. De afmetingen waren: breedte 40 cm., middellijn 146 cm.
Nadat deze trommel in 1723 te Breda was genstalleerd, heeft hij gefunctioneerd tot in het begin van de 20ste eeuw. Een en ander was inmiddels zo verouderd dat men, op initiatief van de toenmalige stadsbeiaardier Petrus Oomen, besloot over te gaan tot de aankoop van een nieuw automatisch speelwerk. De inmiddels meer dan drie-en-een-halve eeuw oude trommel van Vabrie werd uit de Grote Toren gehaald en in het Stedelijk Museum geplaatst. Thans bevindt hij zich in het Goud-, Zilver- en Klokkemuseum te Schoonhoven. Omdat het een van de oudste nog overgebleven speelwerken in Nederland is, geldt het als een pronkstuk van de Nederlandse beiaardcultuur.
De huidige trommel
De trommel die in 1908 in de toren werd geplaatst was afkomstig uit
de fabriek voor toreninrichting van de firma Addicks te Amsterdam,
heeft een middellijn van 130 cm bij een breedte van 125 cm. en is
ingericht voor 60 speelhamers. Het totaal gewicht bedraagt 1600 kg.
Het geheel staat in een aparte ruimte, direct onder de beiaard, op
ongeveer 60 meter hoogte. Met een onderbreking van enkele jaren
tijdens de laatste oorlog heeft het speelwerk voortdurend
gefunctioneerd. De laatste revisie vond plaats tijdens de recente
torenrestauratie.
In dezelfde ruimte bevindt zich ook het restant van een uurwerk dat in 1695 door Pieter van Roy te Gent werd geleverd. Ook de bedsteden van de twee torenwachters bevonden zich hier vroeger. Nadat de laatste torenwachters eind 19de eeuw waren ontslagen, verdwenen ook hun slaapplaatsen. Het ligt in de bedoeling dat in 2008 dit uurwerk op een dusdanige wijze wordt gerestaureerd dat voor het publiek de vroegere functie van het uurwerk eenvoudig kan worden gedemonstreerd. Deze torenwachterskamer, eindpunt van de normale torenbeklimmingen, zal daardoor van inrichting iets veranderen. De museale functie dient daarmee verbeterd te worden.
Omhoog naar de beiaard
Om te kunnen spelen moet de beiaardier omhoog de toren in. In de
Torenstraat is een klein onopvallend deurtje dat toegang geeft tot
de toren. Boven dit 'poortje van de beiaardier' zijn twee gevelstenen
ingemetseld. Met opschriften die verwijzen naar bijzondere
gebeurtenissen. Over de drempel begint gelijk de trap naar boven.
Een smalle wenteltrap. Even naar boven hollen is er voor Jacques
Maassen niet bij. Met 360 treden voor de boeg is het zaak een rustig
tempo aan te houden. Bovendien wordt de trap naar boven toe nog
smaller. Na het passeren van de grote klok komt de stadsbeiaardier in
de ruimte waar het automatisch speelwerk staat opgesteld. Een imposant
gevaarte. Nog een klein trapje en hij stapt in zijn studio, waar het
klavier staat opgesteld. Er staan ook nog twee houten banken. En voor
de beiaardier en n voor mogelijke bezoekers. Verborgen achter de
vier wijzerplaten heeft hij vanuit de ramen zicht op het deel van de
Grote Markt voor het stadhuis. Onder het spelen kan hij zien wat er
gebeurt. Zwaai gerust even naar boven als u geniet van het spel met de
klokken.
Zomerconcertserie en Beiaardspektakel
Breda staat bekend om de zomerserie beiaardconcerten. Op de donderdagen in
juli en augustus verzorgen gastbeiaardiers uit binnen- en buitenland
speciale concerten. Een terugkerend onderdeel van de zomerserie is het
beiaardspektakel, eind augustus. De beiaardier gaat een muzikale
combinatie aan met andere artistieke uitingen, zoals beiaard met
saxofoon en zang, beiaard met jazz-, straat-, dixieland- of
harmonieorkest. Met mandoline of synthesizer.
Luisterplaatsen
Op een aantal plekken in de stad zijn de beiaardconcerten zeer goed te beluisteren:
- Beiaardluistertuin (alleen tijdens concerten): tuin van de Ev. Luthy. Kerk, ingang Stadserf
- terras Torenpassage (t Sas)
- terrassen Havermarkt en Grote Markt (stadhuiszijde)
- Stadserf.
Afhankelijk van de windrichting ook:
- Willem Merkxtuin
- Begijnhof
- Park Valkenberg, aan de kant van het Kasteel van Breda.
Stichting Carillon Breda
De stichting is in 1992 opgericht met als doel de beiaard in de toren
van de Grote Kerk in stand te houden en de belangstelling daarvoor te
bevorderen. De stichting organiseert en ondersteunt beiaardactiviteiten
van concerten, lezingen, een CD, tot een beiaardspektakel. Daarnaast
gaf de stichting publicaties uit, zoals de brochure "Beiaarden in
Noord-Brabant", het "Brabants Beiaardboek" en de verzamelde
Beiaardwerken van Jac. A. Maassen, stadsbeiaardier van Breda van 1923
- 1946.
Mee omhoog
Op afspraak kunnen maximaal acht mensen mee omhoog de toren in om
het spel van de stadsbeiaardier van nabij te volgen. Aanmelden bij
de receptie van de Grote Kerk of via E-mail.
Verzoeknummers
U kunt verzoeknummers indienen, bij de Grote Kerk of de Nieuwe Veste
voor de beiaardconcerten tijdens de marktdagen, dinsdag en vrijdag
van 10.30 tot 11.30 uur en voor de melodien op het automatisch
speelwerk. Een E-mail sturen kan ook aan grotekerkbreda@euronet.nl
Nieuwe melodieën
Tweemaal per jaar wordt het automatisch speelwerk verstoken, dat
wil zeggen van nieuwe noten, dus van nieuwe melodieën voorzien.
Iedereen die tussen 's morgens zeven uur en 's avonds kwart voor
elf door de Bredase binnenstad loopt kan de klokken vier maal per
uur horen. Uiteraard hebben de binnenstadsbewoners er het meest mee
te maken; traditioneel is de automatische klokkenmuziek de markering
van de tijd. Daarom werd voor deze versteek graag gebruik gemaakt van
door binnenstadsbewoners aangereikte voorstellen. De stadsbeiaardier
maakt hiervan dan een passende bewerking. Meestal wordt daarbij
rekening gehouden met licht en klassiek.
De huidige versteek kent de volgende vier onderdelen:
- (heel uur) Processielied uit Godelieve, oratorium van Edgar Tinel. Dit werk, uit 1894, werd onlangs in de Grote kerk uitgevoerd door onder andere het Princenhaags Mannenkoor en het Toonkunstkoor Breda. Het arrangement mondt uit in de uurslag op de grootste klok (toon Bes, 1695, ca. 3500 kg.), de zogenaamde Breda-Nassauklok.
- (kwart over) Geluckig is de mens, een fragment uit de handschriften (circa 1657) van de Bredanaar Hendrik van der Locht. Tijdens de tentoonstelling Woord en Wapen was het manuscript in de Grote Kerk te zien; de muziek is bewaard gebleven omdat ze had gediend als inbindmateriaal bij een Bredase notaris.
- (half uur) Het tweede thema uit de eerste ballade, opus 23, van Frederic Chopin. Zijn muziek is voor de trommel bewerkt omdat het 200 jaar is geleden dat hij in Polen werd geboren.
- (kwart voor) Pastime Paradise van Stevie Wonder, tenminste de inleiding erop. Op verzoek van Marcel Jas, kunsthandelaar in de Veemarktstraat en beiaardliefhebber. Een gekleurd muziekje vanwege een gekleurde Amerikaanse president.
Voorstellen voor de volgende keer kunnen tot 1 november worden ingediend bij de balie van de Grote Kerk.
Torenblazers Breda
Van oudsher had ieder zichzelf respecterende stad met een toren een
groep koper blazers in dienst, de zogenoemde 'Turmbläser'. Deze
zorgden voor de muzikale omlijsting bij feestelijkheden, plechtigheden
en ontvangst van belangrijke personen. Breda heeft een schitterende
toren, maar had geen blazers. Sinds kort is daar verandering in
gekomen. Vanuit de Nieuwe Veste is het initiatief ontstaan een
koperensemble te vormen van leerlingen van de Nieuwe Veste. Het
ensemble heeft de naam 'Torenblazers Breda' gekregen, omdat zij
regelmatig vanaf de toren zullen optreden bij diverse feestelijkheden
of in combinatie met de stadsbeiaardier. Het ensemble staat onder leiding van de koperdocenten van de Nieuwe Veste, onder andere Hans Bloemen en Gerard de Krom.
Klokkenluiders Gilde Breda (KGB)
Zie website.
Bredase beiaard op CD
Jacques Maassen heeft onder het label ERASMUS een CD gemaakt met werken
en arrangementen van Elgar, Badings, Franken, Maassen sr. en jr.,
Satie, Messiaen, Granados en Barber. Samen met broer Pieter
(beiaardier van Oosterhout) speelt hij een transcriptie van Bizet voor
twee beiaardiers. De CD besluit met een beiaardcompositie van Daan
Manneke, opgedragen aan de stad Breda. De CD is in iedere CD-winkel te
koop, alsmede bij de balie van de Grote Kerk.
Beiaardiers te Breda
Tomaes den Beyaert rond 1526
Heynrick Willemsz 1535 - 1566
Peeter Henrick Willemsz 1566 - 1596
Jacob Peeter Henricks 1597 - 1602
Robrecht Vermey 1602 - 1604
Coenraet Henricx van Stromborch 1604 - 1625
Alonso van Diepenbeeck 1625 - 1639
Gillis Peeters van der Steen 1639 - 1673
Alexander van der Steen 1673 - 1700 (carillon door brand verwoest in 1694)
Gregorius Hermanus Zeemans 1723 - 1727
Jacobus Zeemans 1727 - 1744
Johan Frederik Richter 1744 - 1785
Jacob Middellaer 1773 - 1809
Petrus van Oeckelen 1809 - 1810
Johannes Matheus van Oeckelen 1811 1860
Cornelis Verdaasdonk 1860 - 1890
Petrus Oomen 1892 - 1923
Jac. A. Maassen 1923 - 1946
Peter Maassen 1946 - 1975
Jacques Maassen 1975 - heden
Audio/videokabel van boven naar kerk
Een geheel nieuwe vorm van samenspel ontstond dankzij de aanleg, in 1995, van een tweetal kabels van boven naar beneden waardoor de beiaard kan samenspelen met instrumenten in de kerk. Het publiek bevindt zich uiteraard in de kerk; de beiaard wordt op uitgebalanceerde wijze in de kerk samengebracht met instrumenten naar keuze. De beiaardier kan in beeld worden gebracht.
Samenwerking vond plaats met o.a. de Luchtmachtkapel, met de torenblazers, met meerdere piano's (ten behoeve van Canto Ostinato), met orgel, met een strijkkwartet en met een jazzensemble.
Klokkenluidersgilde Breda (KGB)
De Grote Toren kent thans nog slechts een luidklok, maar dit is dan wel de Breda Nassauklok uit 1695: hij draagt de naam van stadhouder koning Willem III en weegt ongeveer 3600 kg. (toon: Bes 0). Deze klok kan handmatig worden geluid. De luiders bevinden zich in dezelfde ruimte (op 40 meter) als de klok. Het zien en horen luiden van een dergelijke klok, in een ruimte, is spectaculair en kan soms door publiek worden bijgewoond. Ter gelegenheid van de jaarlijkse cultuurnacht werkt de KGB samen met een poppenspeelster en de beiaard.
Samenspel beiaard & solist vanaf de toren
Jaarlijks wordt samengewerkt met solo-instrumenten vanaf de toren. Daarvoor worden luidsprekers naar boven gebracht, naar de omloop van 60 meter hoogte. De solist bevindt zich naast de beiaardier en wordt versterkt. Tot de solisten waarmee werd samengewerkt behoren mandoline, (tenor)saxofoon, synthesizer (de schilderijententoonstelling!), sitar, gitaar, trombone, saz, jachthoorn en kunstfluiter.



