Vloer
Zerken verwijderen en archeologische opgravingen
Om het klimaat in de kerk beter
te kunnen beheersen is in de ontwerp-fase van het
restauratieplan al gekozen voor de aanleg van een vloerverwarmingssysteem.
Een bijkomend voordeel daarbij was,
dat de ligging van de zerken (in vorige restauraties verstoord) kon worden hersteld.
Daarnaast kon van de situatie gebruik worden gemaakt
door archeologisch onderzoek te verrichten.
Tijdens dit onderzoek zijn de resten van een kerk
uit de dertiende eeuw teruggevonden.
Tevens is tufsteen opgegraven, hetgeen wijst op
een nog oudere voorganger uit de elfde eeuw.
Alle aangetroffen grafkelders en
de daarin aanwezige kisten en stoffelijke resten zijn ontzien,
maar wel opgemeten en gefotografeerd.
Herplaatsen zerken
In de kerk zijn alle grafzerken en vloertegels gelicht.
De tegels die op meer dan drie plaatsen waren gebroken,
zijn vervangen. De andere tegels en
de beschadigde grafzerken zijn gerepareerd
in het steenhouwers-atelier. Het aanwezige zand is verwijderd.
Daarvoor in de plaats is vers zand gestort,
na afronding van het archeologisch onderzoek.
Op dit zand zijn de hoofdleidingen van de vloerverwarming aangebracht.
Daar boven op is een blauwe kunststof mat gelegd,
die aan de onderzijde vochtwerend is en
aan de bovenzijde warmte-isolerend.
Op die mat zijn de leidingen van de vloerverwarming gelegd.
Een speciaal grof ‘breekzand’, dat makkelijk warmte doorlaat,
dekt de mat en de leidingen af. Hierop zijn de grafzerken en
tegels teruggeplaatst volgens het grondplan van 1830.
De vloerverwarming verwarmt het zand en de zerken of
tegels en werkt als een ouderwetse stoof:
als de steen eenmaal warm is, wordt de warmte lang vastgehouden.


