Prins van Oranje
In de eerste helft van de 16de eeuw beleeft de grote of O.L.V. Kerk het hoogtepunt van haar bloei. Graaf Hendrik III, Heer van Breda neemt een toonaangevende plaats in aan het hof van Keizer Karel de V. Zijn zoon René van Châlon, Prins van Oranje en Heer van Breda zal te jong sterven om carrière te maken. Zijn neef Prins Willem I van Oranje zal weer een belangrijke positie innemen en in de Nederlandse geschiedenis een bijzondere en toonaangevende rol spelen.
Prinsenkapel met praalgraf
Omstreeks 1520 1525 wordt het Herenkoor uitgebreid met een
nieuwe kapel, de huidige Prinsenkapel. In 1526 wordt het nieuwe
altaar in deze kapel gewijd. Het drieluik van Jan van Scorel
,
dat bij dit altaar hoorde, hangt nog steeds in de Kerk.
In dat zelfde jaar wordt de oostelijke muur van het Herenkoor
uitgebroken en wordt begonnen aan de bouw van de kooromgang.
De kooromgang komt in 1536 gereed. Graaf Hendrik III van Nassau
had besloten voor zijn vader en moeder in de Prinsenkapel een
grafmonument op te richten. Voor de bouw van dit grafmonument
en de aanleg van de grafkelder had men zeven jaar nodig, van 1531 tot 1538.
Prinsenkapel gewelfschilderingen
De gewelfschilderingen in de Prinsenkapel
waren al eerder gereed gekomen, namelijk in 1533.
De gewelfschilderingen laten vormen zien die we ook
kennen uit het werk van Lucas van Leyden. Ook in het
koorhek
vinden we vormen die sterke overeenkomst
vertonen van etsen van Lucas van Leyden terug.
De bewaard gebleven fragmenten gebrandschilderd glas
in de ramen van de Prinsenkapel behoort tot het oudste
in nederland bewaard gebleven gebrandschilderd glas.
Het grafmonument van Graaf Engelbrecht II van Nassau
en zijn vrouw
,
de gewelfschilderingen, de tapijt schilderingen aan de muren en pilaren,
het drieluik van Van Scorel en het koorhek vormen
een hoogtepunt in de Grote of O.L.V. Kerk van Breda.
Epitafen
Dankzij zijn rijkdom kon de Heer van Breda er een grote hofhouding
op na houden. De leden van de hofhouding woonden en werkten in
Breda en werden daar ook begraven. In de kooromgang van de Grote
of O.L.V. Kerk getuigen meerdere vroegrenaissance epitafen aan deze
bloeiperiode van het hof in Breda. Joris van Froenhuijsen, Nicolaas
Vierling, Jan van Hulten, Jan van Dendermonde heer van Borgnival en
een onbekende hebben ieder hun eigen vroegrenaissance grafmonument
aan de muur hangen
.
De monumenten worden vaak vergeleken met werk van Cornelis Floris.
Tegen de oostelijke scheidingsmuur van het koor is het grafmonument
geplaatst van Frederik van Renesse
.
De achterwand van dit monument wordt gesierd door zeven medaillons
voorstellende de zeven smarten van Maria. In de Franciscuskapel
hangt tegen de westelijke muur het grafmonument van Dirk van
Assendelft en Adriana van Nassau. Tegen de achterwand is het
laatste oordeel afgebeeld en daarboven is het verhaal van Mozes
en de koperen slang te zien.
Renaissancekunst
Het belang van de verzameling vroegrenaissance grafmonumenten en schilderingen is met name zo groot omdat het behoort tot het weinige dat aan renaissancekunst van voor de beeldenstorm is bewaard gebleven. Het is het levende bewijs van de doorbraak van de nieuwe vormentaal in de Noordelijke Nederlanden. Aan de bloeiperiode kwam abrupt ene einde toen in 1566 de grote of O.L.V. Kerk werd getroffen door de beeldenstorm.



