Informatiezuil Stedelijk Museum Breda
Detail foto Josefina Eikenaar
All the texts on this page can be translated using your browser’s automatic translation feature | Via de automatische vertaalfunctie in uw browser kunt u alle teksten op deze pagina vertalen:
Van 18 april t/m 28 juni ’26 is het wandkleed Sporen van slavernijverleden Noord-Brabant in de Grote Kerk Breda te zien. Het kunstwerk reist door de provincie en vertelt verhalen over het slavernijverleden van Noord-Brabant. Kunstenaar Victor Sonna (1977, Kameroen) maakte het ontwerp en honderden vrijwilligers uit heel Noord-Brabant hebben het kleed in 2025 gemaakt.
Van 30 juni t/m 5 juli, tijdens Keti Koti, staat het wandkleed in Chassé Theater.
Nu het kunstwerk in de Grote Kerk Breda te zien is, wordt er op meerdere locaties in de stad aandacht besteed aan sporen van het slavernijverleden. Zo ontdek je hoe nauw deze geschiedenis met Breda en Noord-Brabant is verbonden.
Door het maken en tonen van het wandkleed ontstaan nieuwe gesprekken en herinneringen. Verschillende activiteiten bieden daarnaast extra kennis en bewustwording. Zo draagt het project, nu en in de toekomst, op een verbindende manier bij aan de dialoog over het Nederlandse slavernijverleden.
Kwatta
De ‘N.V. Stoom Cacao- en Chocoladefabriek Kwatta te Breda’ wordt in 1883 opgericht door Joost van Emden. Hij is de zoon van een succesvolle houder van suikerplantages met slaafgemaakten in Suriname. Na de afschaffing van de slavernij worden op de plantages Hindostaanse contractarbeiders ingezet. Hun slechte arbeidsomstandigheden doen denken aan die van arbeidsmigranten uit Azië en Afrika in de Golfstaten.
Van Embden verruilde de suikerplantages voor cacaoplantages, waaronder Plantage Kwatta. Uit angst voor besmetting met lepra vluchtte Van Embden in 1877 met zijn gezin via Parijs naar Breda. Zijn in Suriname verdiende vermogen stelt hem in staat om goed te leven en te investeren. Samen met een compagnon richt hij een chocoladefabriek op die hij een jaar later alleen voortzet onder de naam Kwatta. Na de overname van het bedrijf in 1893 groeit Kwatta uit tot een van de bekendste chocolademerken in Nederland en België.
De Surinaamse slavenplantages zijn ook op een andere manier met Breda verbonden. In het Kasteel van Breda tekenen in 1667 de Nederlandse Republiek, Engeland, Frankrijk en Denemarken ‘De Vrede van Breda’. Dit handelsverdrag tussen de Nederlandse Republiek, Engeland, Frankrijk en Denemarken regelt onder meer dat de Nederlanders Nieuw-Amsterdam (het huidige New York) overdragen aan de Engelsen die op hun beurt Suriname overdragen aan de Nederlanders.
Aan de Middellaan herinnert op de plaats van de verdwenen Kwatta-fabriek alleen een Blind Wall van Frau Isa aan het industriële verleden.
Indo-rock en Indo-pop
Toen The Beatles in Duitsland toerden, bezochten ze ook een optreden van de Tielman Brothers. Paul McCartney vertelde later dat The Beatles door hun stijl werden beïnvloed.
Het verhaal van de Tielman Brothers begint in 1946 in Indonesië, waar het gezin Tielman regelmatig optreedt voor Nederlandse militairen. In 1957 komt het gezin naar Nederland. In Breda worden ze ondergebracht in pension Smulders op de Baronielaan. Ze hebben alleen dunne kleren bij zich, en één oude gitaar. Bij muziekhandel Sprong overtuigen ze de eigenaar van hun talent door Bye Bye Love van de Everly Brothers uit te voeren. Daarom mogen ze van hem op afbetaling de beste gitaren meenemen. Ze treden op in Hotel De Schuur en stadsschouwburg Concordia. Hun populariteit groeit snel: in 1958 spelen ze al op de Wereldtentoonstelling in Brussel.
De Tielman Brothers waren niet de enige Indische Nederlanders die in de jaren vijftig naar Nederland kwamen. Naast de indo-rock had je ook nog de indo-pop met Anneke Grönloh. Ook The Blue Diamonds waren idolen van de indo-pop (‘blue’ verwijst naar ‘blauwe’, het koloniale scheldwoord voor inlanders). De broers Riem en Ruud de Wolff scoorden met Ramona een wereldhit waarvan miljoenen platen werden verkocht.
Op dit chocoladeblik van Kwatta uit de jaren zestig kijken The Blue Diamonds ons vriendelijk aan. Het blik brengt twee Bredase koloniale verhalen samen: over Kwatta en Suriname, en over de Nederlands-Indische invloed op de popmuziek.